Verbeelding.
Verbeelding begint
chaotisch, zoek meer rust en kom al snel met het eerste beeld, een rode bal
energie, die niet heel erg straalt.
Dan staat
er een hard zwart kristal op mijn linker hand centimeter of 20, mijn hand
straalt witte energie uit.
Het kristal staat mooi
te glimmen. Als ik het beter bekijk, benader, blijft het onbeweeglijk gesloten.
Op de suggestie er
binnen te gaan, lukt dat na een tijdje en binnen blijkt het een dunne wand te
zijn, het is er binnen licht, dat licht komt van beneden van mijn hand en heeft
een bruine huidtint. Het voelt een beetje als een lege huls, harde
glazen/stalen/glimmende gevangenis. Ergens vaag lijkt er rode energie in de
onderkant te zijn.
Op de
suggestie het kristal mee te nemen naar een waterbron, komen er twee bronnen in
beeld, mijn watergraf, maar we gaan naar een bergbeek, rustig stromend water
over keien, tussen de bomen. Het kristal draag ik op mijn rug en is veel groter
geworden, groter dan ikzelf, heb niet de indruk dat het zwaar is. Als ik bij
het water kom en het kristal erin leg, krimpt het meteen tot het formaat van
1cm waarbij het vrijwel niet meer te zien is in het water, maar de vorm en het
gevoel van hardheid verandert niet.
Op de suggestie van dat
interactie een tweebaansweg is, benader ik het zwarte kristal weer en raak het
aan, er lijkt beweging in het oppervlakte te zijn, maar die beweging stopt
vrijwel meteen weer. Contact maken via de open onderkant levert op dat ik daar
een lava achtige rode energie vind, energie die weinig beweeglijk is en als een
zeer viscueze stof beweegt en altijd aan elkaar vast zit. Probeer met mijn
lichte beweeglijke energie contact te maken, maar de energieën zijn van zo’n
andere soort dat er geen verbinding komt / lijkt te zijn. Als ik de rode energie
van het kristal toelaat mijn linkerhand/arm in te lopen stopt het rond de
elleboog, geen dunne uitlopers die verder komen zoals dat met mijn energie
gaat.
Het laatste korte
contact met het kristal is er van mijn kant op uit het omhulsel/de kristal te vernietigen, door
het op de stenen van de rivier te slaan, er tegenaan te trappen, er verandert
helemaal niets.
Dit is kennelijk mijn
beeld/beleving op dit moment. Dat zal natuurlijk op
termijn anders worden,
Analyse.
Mij viel tijdens de
imaginatie al op hoe mooi dit beeld, past bij datgene dat ik al lang benoem, moet daar natuurlijk om lachen (onzeker maar ook van herkenning) en zoals altijd
voelt het raar, dom, infantiel bijna, maar ook weer zooo vanzelfsprekend, goed,
gewoon.
Het droom-achtige van de verbeeldingen en de rust die altijd na de
imaginatie (de goed gelukten) onderdeel van me is, soms dagen lang.
Het
uitzetten van het oordeel over wat je voelt en ziet, het kiezen van de richting
waarop de imaginatie loopt, het toch wel steun nodig hebben van een gids bij de
lastige thema’s. Hoe eenvoudig het is de verbeelding toe te laten! Vaak gewoon
ook in het dagelijks leven en de sterke beelden later te tekenen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten